|
In het verlengde van het verlangde,
waar droevigheid huist voor zolang het gedijt,
een gedachte aan later maar heel traag verslijt,
daar bedwing ik de dag door de drang, de
durf die nog strijdt met de weemoedigheid.
Alsof ik niet weet van het verre verloop,
warm ik me slaafs aan de koppige hoop
die het spel zal verliezen op punten en tijd.
Ik wacht op de dag met die nieuwe morgen
maar verlaat mijn stille schuilplaats niet
totdat geen enkel mens meer ziet
waar ik mijn zinnen heb verborgen.
Dan pas zal ik het gloren ontmoeten
en was ik een tijdperk aan stof van mijn voeten.
13 juli 2011
|