|
zo liep ik op een saaie dag van huis met naast twee handen weinig in mijn zakken dan kaartgeld om een poets te laten bakken wat nagels voor het krabben aan mijn kruis
de wereld is een pels en ik een luis nee zo krijg ik geen poëzie te pakken noch poezie om in bundeltjes te plakken de weg loopt dood, de wandelaar incluis
als ik al niet zo heel veel mee mag maken laat mij het dan verzinnen alsjeblieft desnoods hoe zelfs geen noodlot mij gerieft
ik geeuw mijn lege vellen van de daken want daar is waar ik nu al even loop een glijpartij, een val, er is nog hoop
|