zoals hij naast zijn wigwam stond
een lendedoekje rond zijn kont
en oorlogskleuren op zijn wang
mijn god wat word je daarvan bang
er kwam een bont gezelschap aan
dat taal noch teken kon verstaan
de tamtam tamde tam tam tam
men danste vrolijk rond de stam
zo heel het indianenvolk
met speer en vlijmgeslepen dolk
zij stootten wilde kreten uit
en keken `t wit van hunne huid
doch bleekscheten zijn zeer royaal
dus spiegeltjes voor allemaal
de grootste voor het opperhoofd
die echt zijn ogen niet gelooft
hij keek er in en zei oef oef
daarom zie ik mezelf en snoef
het spiegeltje zegt in mijn hand
u maakt de mooiste scalps van `t land