Drank maakt alles ongenadig in me wakker.
De dood doet zelfs een stapje terug.
Genezen van de angst het leven ook eens
uit te vinden eet ik brood uit dagen die
ik nooit beleef. Ik speel Jimmy op gitaar
en de buurman houdt zich stil. Het
loopje lukt te goed voor tonen.
Vrouwen smullen, denk ik toch, van m'n
wilde niksheid en ik droom gewoon maar
staande van het liggen. Met alles wat
me liefheeft, al is dat niet zoveel.
Daar gaan we weer. Een dag, een nacht
en zweten tot de bodem. Heel het universum
zag ik blozen, ben bang om op te staan.